Monthly Archives: May 2012

Quint, Psyche en Jeroen S. Rozendaal

Kent u Jeroen Rozendaal? In a nutshell: de ‘hardest working guy in showbusiness’, de bijkans enige intellectueel in de omhooggevallen gesubsidieerde filmwereld, de netste shockrocker van Nederland en de meest anti-revolutionaire theatermaker van wellicht wel de wereld.

Naast de vele beroepen die Jeroen Rozendaal uitoefent (filmer, filmproducent, scenarioschrijver, muzikant (en multi-instrumentalist), interviewer, professor, cabaretier, acteur, audio-technicus, dramaturg, amateur-verzamelaar van obscu- en rariteiten, muze van de HuMobisten èn fulltime Suske en Wiske-fan!) —en dan bedoel ik niet halfbakken, zo nu en dan, of ‘een beetje half’, nee: UIT-OEFENT— is hij ook al sinds god-weet-hoe-lang verbonden aan de jongerenheatergroep Quint. Naast het verzinnen welke stukken theatergroep Quint zou moeten spelen, schrijft Jeroen ook de scripts en regisseert hij de jongelingen (in leeftijd variërend zo tussen de 12 en 22 —vermoed ik, maar wat weet ik van leeftijden?!) naar zichzelf ontstijgende hoogten. Ik weet dat, omdat ik meestal naar de voorstellingen (die standaard in de kleine zaal van het Capelse Isala Theater worden opgevoerd) ga kijken. Ik heb in de laatste jaren al iets gezien over een band, iets met een cabaretgroep die kapot gesubsidieerd dreigt te worden (met in de achtergrond een land dat op allegorische wijze Chinezen als onmensen wegzet) en een bewerking van een Isaac Asimov short waarin ruimte een meervoudig ambigu begrip is. Allemaal best goed spul en elk jaar een beetje beter dan het vorige, maar frankly speaking ben ik elk jaar als Jeroen aan het oefenen is met die half-volgroeide rotzakken de mening ‘waarom doe je dit in godsnaam nog?’ toegedaan. Want hij doet het natuurlijk niet een beetje, maar VOLUIT en vooral tijd-opslorpend.

Welnu, dat ‘waarom’ heeft zich vorige week in twee uur tijd volledig aan me geopenbaard tijdens de opvoering van J’s magnum opus ‘Psyche – het spel van de ziel’ (een bewerking van Louis Couperus noodlottige sprookje). Het stuk werd gespeeld door eerdergenoemde jongerentheater gezelschap Quint, maar versterkt met nestor Fred van der Hilst (een enorm slimme keuze van Jeroen, want door deze ene volwassen acteur in te lijven, lijkt het alsof de andere karakters niet anders dan door, excusez le mot, kinderen gespeeld kunnen worden. Wat eigenlijk ook gewoon zo is. Briljant! Verder is het voor Jeroen de eerste keer dat er dans in het stuk is geïntegreerd en dan gelijk op een wel heel stilistische, soms komische en doeltreffende manier, chapeau Renate de Jong —echt GOED!

Verder is het ontwerp van het stuk enorm vintage, want SUPER jaren ’70. Wat erg vermakelijk is en gek genoeg ook heel erg past bij het stuk. Misschien komt het wel omdat Jeroen’s benadering ook zo lekker seventies is. Met een mix van Living Theatre-achtige artisticiteit en het soort melancholisch-afstandelijke sociale betrokkenheid van J.J. de Bom. Holy hell! Ik zag nog niet zo lang geleden het zoveelste stuk van Jetse Batelaan (Bonte Avond van Body Builders) en verklaarde al het andere thater —zoals ik na al zijn voorstellingen doe— zo dood als Mary Dresselhuys zelve, maar Jeroen en zijn jongens laten in een dikke 2 uur zien waarom ‘oervormen’ het nog altijd keihard kunnen waarmaken en jou kunnen laten sidderen, grienen en soms zelfs wat nadenken om de kapriolen op zo’n podium: heerlijk! Met gewiekste theater-oplossingen, schitterende symbolische teksten (die vooral wrang en tegelijkertijd waarachtig klinken uit de monden van kinderen), leuke liedjes, goed gekozen design en een tempo dat 140 minuten lang steeds maar doorzet, niet vertraagt, niet versnelt, maar op zijn noodlot afstevent, als een sprookjestrein die van ‘Er was eens…’ gestaag doorrolt naar ‘…en haar dood voltrok zich pijnlijk en onafwendbaar’.

En dan komt het: uiteraard heb je alleen van deze voorstelling kunnen genieten, wanneer je op één van de vijf (5!) voorstellingen in Capelle aan den IJssel aanwezig bent geweest. Alle vijf in het voornoemde Isala Theater, een plek waar je je laatste adem niet graag uit wilt blazen. Dus niet in, ik noem maar wat, DE KLEINE ZAAL VAN DE ROTTERDAMSE SCHOUWBURG!!, of IN HET RO THEATER!!!, of van mijn part BIJ HET O.T.!!!!! Terwijl dat gewoon zou kunnen natuurlijk. Een weekje of zo. Ik noem maar wat…

spelletjes

Afgelopen 26 april, gaf ik een leuke lezing op het Festival of Games voor alle laatstejaars Grafisch Lyceum studenten van Nederland. In eerste instantie snapte ik niet helemaal hoe mijn vrienden van X|Media|Lab in godsnaam op het idee waren gekomen mij te vragen, maar toen ik me eenmaal ging bedenken wat games voor een rol in mijn eigen leven hebben gespeeld, bleek dat groter te zijn dan op eerste gezicht.

Ik heb de studenten verteld over mijn avonturen met pacman, de space invaders, de latere periode met Activision en de wondere (totaal freaky surrealistische) wereld van de Commodore 64. Hoe de spellen zich voor 90% in de hoofden van hun gebruikers afspeelden en hoe het vermogen van deze gebruiker om abstract te denken (althans, in abstracties van vormen) werd gevoed door juist het gebrek aan usable memory.

Het werd een hilarische middag, met veel van dit soort beeld:

Wat ook bijzonder was, was de locatie. Het Festival vond plaats in de jaarbeurshallen en mijn presentatie speelde zich af in de zogenaamde MEDIA PLAZA, een hypermoderne posh-versie van een Kubrickiaans presentatie-centrum, waarvan ikzelf in het midden stond met mijn MacBookie en mijn presentatie op maar liefst vier (4!) schermen tegelijk om mij heen te volgen was. Pretty fuckin’ cool als je het mij vraagt. Thanks voor de hook-up, Djoemila!

hier een grappig filmpje over hoe dat er ca. uit zag:
kleiner – Wi-Fi