Category Archives: Hate to say I told you so

spreekbeurt

Potsie!

Moet ik even uw aandacht:

Deze week doe ik per ongeluk en bij wijze van HOGE uitzondering twee keer mee aan ‘een ding’ waarbij mijn mening door mezelf zal worden voorgelezen vanaf (vermoedelijk) een vel papier.

De eerste keer zal dat dus plaatsvinden in Arnhem, en wel a.s. donderdag te Theater a/d Rijn in het kader van en onder de bijzondere noemer ‘Dictaaltuur’ een soort onderdeel van een onderdeel van een zijgeprogrammeerd extra podium. Stefan Tijs speelt dan ook nog een (niet te onderschatten!) bijrol. Of, nou ja, die bijrol is eigenlijk dus WEL te onderschatten (en zeer eenvoudig ook!), maar ik probeer u middels deze bijzin toch op andere ideeën te brengen omtrent de waardering van zijn performance.

En dan heb ik het nog niet eens over de tweede keer, die namelijk a.s. vrijdag plaats heeft en wel in WORM ter glorification van de NO LIMIT avond ‘THE AMAZING RISE OF PHOTOSHOP’, of de THE AMAZING RISE OF PHOTOSHOP avond ‘NO LIMIT’, dat is me in het geheel niet duidelijk. Wel zal ik een en ander over Photoshop vertellen. Wat het is, wat het niet is, wat het helemaal niet mee heeft te maken, wat er aan heeft en wat het goed voor is.

Komen dus! (het kost wat, maar het wast dan ook een berg!)

de post die je wist dat zou komen…

Het platte Nederland, dat ben ik op den duur maar gaan omarmen. Het Nederland van De Rijdende Rechter, de Voice en Frans Bauer, het Nederland van een dagje Efteling, knakendag bij Sparta en troep verkopen op Koninginnedag. Het Nederland van volle Pathé Theaters en lege filmhuizen, het Nederland waarbinnen werkelijk ELK dingetje dat ‘anders’ is (een fiets zonder remmen, een gekke muts, Vans), uiteindelijk verandert in een breed gedragen nieuwe ‘counter-cultuur’, een Nederland zonder schaamte, zonder smaak en vooral zonder idee. Een Nederland waarvan ca. tachtig procent van de inwoners de taal niet machtig is. Maar een Nederland dat wèl keihard om zichzelf kan lachen. Een Nederland van dikkertjes en dommerds, een Nederland waar ster-advocaten zichzelf uiteindelijk verliezen en als vaste gasten bij RTL Boulevard figureren en een land waarin begaafde dichters niet kunnen overleven zonder Waku Waku.

Ik heb geleerd maar te gaan houden van de dingen die me vroeger beangstigden, aangezien 1. ze nooit meer terugveranderen en 2. ik dingen niet per se moet schuwen, alleen maar omdat ik me beter voel dan de rest.

Hield ik altijd al van dit crazy land? Nee! Ook ik had mijn bedenkingen bij dat domme gedoe. Maar wat blijkt; deze laatste crisis (behalve een financiële ook een identiteitscrisis) dreef de verschillen zó ver uit elkaar, dat ik me nergens meer echt thuis voelde, niet bij televisieprogramma’s over mensen die aan obesitas lijden en ‘binnen 6 maanden 100 kilo moeten afvallen!’, maar al helemaal niet bij debatten waar ik me groen en geel erger aan elke mening die zogenaamd ter zake doet. Multatuli’s gevleugelde tekstregel ‘Een ruiter viel van zijn paard, sindsdien noemde iedereen die van een paard viel zich een ruiter’ kwam vaker dan eens bij me op. Niet alleen bij debatten, maar ook bij talkshows, in galeries en op tentoonstellingen, bij concerten en in theater-foyers, waar het publiek na de voorstelling elkaar nog zonodig even moet uithoren over het zojuist geziene. De onzin die je dan te horen krijgt is dikwijls dodelijk! En dan heb ik het nog niet eens over de meningen van die ‘voedsel-terroristen’ die stiekem boos zijn als jij een whopper bestelt, omdat zij straks mee moeten betalen als jij kanker krijgt, maar zich een ongeluk schrikken als ze je in de eco-supermarkt tegenkomen ‘omdat jij daar helemaal niet thuishoort’. Dat hokjes-denken als vervanger van die zuilen die iedereen zo mist, kap daar nu toch eens mee!

Het is niet zo gek dat ik, met mijn natuurlijk aangeboren voorlopersrol, eerder wegstap van het zogenaamd elitaire Nederland (dat in werkelijk een conservatieve bende is waar je ‘u’ tegen zegt), maar dat ze dan ook nog eens achter me aan rennen om me terug te roepen als ik bijvoorbeeld gratis en puur voor mijn eigen lol in een Koningsnummer-videoclip verschijn, denk ik ‘dit hoeft niet, jongens… laten we elk ons eigen weg gaan!’. Het bizarste vind ik nog dat ik mijn liefde en fascinatie voor het Koningshuis vaker dan eens heb uitgesproken, terwijl ‘zij’ hun afgrijzen voor datzelfde koningshuis ineens lijken te zijn vergeten. Maar het gekste is natuurlijk niet dat mensen mij op de vingers tikken, maar dat ze ineens allemaal een mening hebben over dit ding dat duidelijk niet voor hun bedoeld is. Want waarom voelen ze zich nu ineens allemaal aangesproken als het om een fucking kroning gaat die, dat zijn ze dan ineens vergeten, natuurlijk een bijzondere schertsvertoning is? Een RTL-kroning voor een lintjesknipper! (ik zie dat persoonlijk anders, maar als ik me eens in hen verplaats…). Die fijnzinnige salon-wereldverbeteraars hebben toch ook geen mening over hoe een Champions League finale in beeld wordt gebracht, het kapsel van Marianne Weber, of over de set-dressing van het Big Brother huis? Waarom dan dit lied ineens zo persoonlijk nemen, waarom wil je je dan ineens bij het volk scharen, juist wanneer het om een fucking ‘kroning’ gaat? Serieus, hebben jullie niets beters te doen? Of nou ja, niets ‘anders’?

long distance runner

Some 5, 6, 7 (8?) years ago I discovered a deep rooted love for running. I was craving running from point A to point B like I used to do with my friends whenever we needed to be somewhere when we were children. Of course in those days we never needed to be far from where we were. The whole running thing stopped when we were supposed to be cool to get the attention from people from another world: girls. From that moment on anything physical was considered ‘way too much effort’. Gym classes in school were skipped and field hockey was cool because of after-match-beer-drinking and pre-practice-reefer-smoking. I was a field hockey defender —the one that was supposed to stay in the goal next to the keeper defending the tiny space our goalie couldn’t reach at penalty corners, even if it meant lose teeth, brain capacity or in most cases aching shins for a couple of days. But at least it meant I didn’t have to run like hell like the others and thus I was cooler than my fellow defenders. It was the best of times… well, it was the okay’est of times.

After that a long time with bands and other underground-related jobs came along, none of it had to do with physical effort whatsoever. Except maybe the carrying around of heavy equipment, most of it had to do with mental growth. I guess I also won’t have to inform you on the physical life of an average graphic designer, which mostly consists of fighting back aches and Repetitive Strain Injured arms, wrists and necks.

So, at the age of 28, 29, 30 or so, I suddenly had developed an interest in running, I think it was again Vincent my long time friend whose two-room house I just had moved into (when he moved out, by that time I was too much of my own person to share housing with buddies). Vincent had also just started running and had told me about the spiritual effects it had on him. I figured ‘what the hell’ and bought a pair of running shoes, the house was located near the park and around the lake up there was (and still is) a terrific running spot. The first two or three times killed me, but a fourth of fifth time I was able to run around the lake. Six weeks or so later I started running twice around the lake and after three months I had lost some 35 pounds of body fat I had gained during the before mentioned ‘era of cool’. But then came something I wasn’t quite prepared for: the fall/winter season started. At first I didn’t run because I thought ‘maybe tomorrow it won’t rain as bad as now’, but after a few weeks a run around the lake took me as much effort as it had in one of my early days. Then it became really cold and snow froze my lust for runs. I froze up and the running days had ended. Not counting a couple of times where I tried to come back to running but never tried too hard (not counting one time when a heel injury had scattered my dreams of the glorious comeback tour of 2011)

Until now, this time I started running just after summer, so I’m actually getting the hang of it while it’s getting really cold (already am I looking forward to still running when temperature starts to rise and flowers and trees start blossoming). I’m back where I had left off, after two months of running today I ran my first round around the lake taking me under half an hour.

People ask me ‘how can you do a sport where there’s no actual contest-factor involved?’, to those I will say this: ‘there is’. Just start running and you’ll find out there’s this huge contest between you and ‘you — couple days ago’ going on. Also, and this is going to sound mushy, running makes me feel ‘part of wildlife’, like clubbing on X. Now besides all that, there’s this whole new level of ‘making the ultimate soundtrack for a run’ thing going on which makes it both a contest AND an art, where one has to, through trial and error, find out how he responds to several different tunes while running in several different moments of the run. For instance, the other day I started of with Wagner’s ‘ride of the valkyries’, which gave me a WAY too fast start I totally collapsed halfway through the run. Today I played Blonde Redhead’s Penny Sparkle, which all seemed perfection but still I almost gave up about five minutes before the finish (as I had been running slightly too fast, I guess), then it hit me ‘NOW would be a great time for Wagner’. ‘The Ride’ turned out everything I had hoped for, that epic tune damn straight slapped me in the face and I gained some of that winners’ euphoria while getting my breath back and started a pace that felt secure and strong. It paid off and I made it to finishing point a stronger man.

If you’re thinking about joining the runner’s (mostly very individual) community, but somehow you still wonder if that’s for you or not: JUST TRY IT! It’s the Oprah’s Book Club of the body my friend!

Signing out,
your pal,
Rufus Ketting (HuMobist and runner)

pleinbios

Gisteren was ik voor het eerst sinds 1000 jaar weer op de museumplein open lucht bioscoop. Het was er erg knus. Sommige (vooral wat oudere) mensen klaagden vooral heel erg over het entreebeleid, maar voor de rest: gezellig en geen gemopper.

Ik heb ‘beginners’ gezien en twee vogels die voor het scherm langs vlogen. Op een gegeven moment wees Suus naar een lichtje in de lucht dat in een soort baan over ons heen bewoog. ‘een vliegtuig’ fluisterde ik. ‘Nee’, zei Suus, ‘dan zou dat lichtje knipperen…’. Ik dacht even na en vroeg ‘een satelliet?’. Suus glimlachte en knikte van ja. Het was een goeie avond.

Hier de rest van het programma, voor wie er wat aan heeft.

Quint, Psyche en Jeroen S. Rozendaal

Kent u Jeroen Rozendaal? In a nutshell: de ‘hardest working guy in showbusiness’, de bijkans enige intellectueel in de omhooggevallen gesubsidieerde filmwereld, de netste shockrocker van Nederland en de meest anti-revolutionaire theatermaker van wellicht wel de wereld.

Naast de vele beroepen die Jeroen Rozendaal uitoefent (filmer, filmproducent, scenarioschrijver, muzikant (en multi-instrumentalist), interviewer, professor, cabaretier, acteur, audio-technicus, dramaturg, amateur-verzamelaar van obscu- en rariteiten, muze van de HuMobisten èn fulltime Suske en Wiske-fan!) —en dan bedoel ik niet halfbakken, zo nu en dan, of ‘een beetje half’, nee: UIT-OEFENT— is hij ook al sinds god-weet-hoe-lang verbonden aan de jongerenheatergroep Quint. Naast het verzinnen welke stukken theatergroep Quint zou moeten spelen, schrijft Jeroen ook de scripts en regisseert hij de jongelingen (in leeftijd variërend zo tussen de 12 en 22 —vermoed ik, maar wat weet ik van leeftijden?!) naar zichzelf ontstijgende hoogten. Ik weet dat, omdat ik meestal naar de voorstellingen (die standaard in de kleine zaal van het Capelse Isala Theater worden opgevoerd) ga kijken. Ik heb in de laatste jaren al iets gezien over een band, iets met een cabaretgroep die kapot gesubsidieerd dreigt te worden (met in de achtergrond een land dat op allegorische wijze Chinezen als onmensen wegzet) en een bewerking van een Isaac Asimov short waarin ruimte een meervoudig ambigu begrip is. Allemaal best goed spul en elk jaar een beetje beter dan het vorige, maar frankly speaking ben ik elk jaar als Jeroen aan het oefenen is met die half-volgroeide rotzakken de mening ‘waarom doe je dit in godsnaam nog?’ toegedaan. Want hij doet het natuurlijk niet een beetje, maar VOLUIT en vooral tijd-opslorpend.

Welnu, dat ‘waarom’ heeft zich vorige week in twee uur tijd volledig aan me geopenbaard tijdens de opvoering van J’s magnum opus ‘Psyche – het spel van de ziel’ (een bewerking van Louis Couperus noodlottige sprookje). Het stuk werd gespeeld door eerdergenoemde jongerentheater gezelschap Quint, maar versterkt met nestor Fred van der Hilst (een enorm slimme keuze van Jeroen, want door deze ene volwassen acteur in te lijven, lijkt het alsof de andere karakters niet anders dan door, excusez le mot, kinderen gespeeld kunnen worden. Wat eigenlijk ook gewoon zo is. Briljant! Verder is het voor Jeroen de eerste keer dat er dans in het stuk is geïntegreerd en dan gelijk op een wel heel stilistische, soms komische en doeltreffende manier, chapeau Renate de Jong —echt GOED!

Verder is het ontwerp van het stuk enorm vintage, want SUPER jaren ’70. Wat erg vermakelijk is en gek genoeg ook heel erg past bij het stuk. Misschien komt het wel omdat Jeroen’s benadering ook zo lekker seventies is. Met een mix van Living Theatre-achtige artisticiteit en het soort melancholisch-afstandelijke sociale betrokkenheid van J.J. de Bom. Holy hell! Ik zag nog niet zo lang geleden het zoveelste stuk van Jetse Batelaan (Bonte Avond van Body Builders) en verklaarde al het andere thater —zoals ik na al zijn voorstellingen doe— zo dood als Mary Dresselhuys zelve, maar Jeroen en zijn jongens laten in een dikke 2 uur zien waarom ‘oervormen’ het nog altijd keihard kunnen waarmaken en jou kunnen laten sidderen, grienen en soms zelfs wat nadenken om de kapriolen op zo’n podium: heerlijk! Met gewiekste theater-oplossingen, schitterende symbolische teksten (die vooral wrang en tegelijkertijd waarachtig klinken uit de monden van kinderen), leuke liedjes, goed gekozen design en een tempo dat 140 minuten lang steeds maar doorzet, niet vertraagt, niet versnelt, maar op zijn noodlot afstevent, als een sprookjestrein die van ‘Er was eens…’ gestaag doorrolt naar ‘…en haar dood voltrok zich pijnlijk en onafwendbaar’.

En dan komt het: uiteraard heb je alleen van deze voorstelling kunnen genieten, wanneer je op één van de vijf (5!) voorstellingen in Capelle aan den IJssel aanwezig bent geweest. Alle vijf in het voornoemde Isala Theater, een plek waar je je laatste adem niet graag uit wilt blazen. Dus niet in, ik noem maar wat, DE KLEINE ZAAL VAN DE ROTTERDAMSE SCHOUWBURG!!, of IN HET RO THEATER!!!, of van mijn part BIJ HET O.T.!!!!! Terwijl dat gewoon zou kunnen natuurlijk. Een weekje of zo. Ik noem maar wat…

echt lekker gay’e yuletide!

Toen ik klein was (een jaar of 20) was het een very good year. Vooral voor kleine dorpsmeisjes… of nou ja, voor Marcel Wiebenga en mezelf vooral eigenlijk, die met Oud & Nieuw (waarschijnlijk 1995/1996, of 1996/1997) lekker een hele avond in mijn kamer (op mijn bed) Frank Sinatra liedjes hebben staan zingen voor wie het wilde horen – wederom vooral wij zelf. Vervolgens speelde ik nog zeker 10 jaar in deze, dit en dat bandje, maar afgelopen 16 december kwam eindelijk het moment waarop ik al heel mijn leven leek te wachten: ik mocht met een heus jazz combo (het Schoonman Kwartet feat. Florian von Frieling) mijn lievelings-Sinatra liedjes zingen bij wijze van NAi kerstborrel-entertainment. Jules, nogmaals bedankt voor deze geweldige ervaring, Lisa voor de aanbeveling en band voor een goeie gig! Wow! Hieronder een carol bij wijze van season’s greeting en hier nog een ander klassiekertje… Merry Christmas!

RIP Bakker

bakkerenrip

Although I suspect specialist shops to become THE thing of the near future, the ancient ones which have been here since (sometimes) decades appear to vanish one by one in the now. Bummer man, ‘they really tied the street together’. I guess they just weren’t made for these times…

Speaking of old shops, have you seen this old shop Gyz is workin’ on right now at the Route du Nord yet? Good stuff!

Eshu Etaeb

eshu_etaeb_flyer2

Did we mention we’re doing another show in lovely Finland? Well we are. Come see our stuff, if you happen to be in the neighborhood. Everyone of European authority is present (as you can see for yourself on the above displayed flyer).

We dig you Marcus Lerviks & Albert Braun, see you next week!

vol verwachting klopt ons hart

Came across these Cahn/Van Heusen lyrics while going through the Sinatra songbook the other day. Made me think of the good, the bad and the ugly of it all – me included. (A must read.)

High Hopes
J. Van Heusen/S. Cahn

Next time your found, with your chin on the ground
There a lot to be learned, so look around

Just what makes that little old ant
Think he’ll move that rubber tree plant
Anyone knows an ant, can’t
Move a rubber tree plant

But he’s got high hopes, he’s got high hopes
He’s got high apple pie, in the sky hopes

So any time your gettin’ low
‘stead of lettin’ go
Just remember that ant
Oops there goes another rubber tree plant

When troubles call, and your back’s to the wall
There a lot to be learned, that wall could fall

Once there was a silly old ram
Thought he’d punch a hole in a dam
No one could make that ram, scram
He kept buttin’ that dam

‘Cause he had high hopes, he had high hopes
He had high apple pie, in the sky hopes

So any time your feelin’ bad
‘stead of feelin’ sad
Just remember that ram
Oops there goes a billion kilowatt dam

All problems just a toy balloon
They’ll be bursted soon
They’re just bound to go pop
Oops there goes another problem kerplop

voor haa… euh… hem… ik bedoel ‘ZIJN!’

kappennou

Als je je afvroeg hoe het komt dat ineens heel masculien Rotterdam in plaats van met de gare kop met haar ‘waar je ’m in ken uittekenen’ nu ineens met een prima gesneden coiffure rondloopt: Schorem, de herenkapper. Ik ging zelf al sinds jaar en dag (nou ja, een kleine twee jaar) bij een der twee herenkappers en trof op zijn tot kapperij ingerichte kamer nog wel eens een dame die er net voor of net na mij aan de beurt was, maar dat is verleden tijd. Het is officieel, de islamistiek wint terrein op het contemporaine knip- en scheervlak: bij Schorem is het VERBODEN voor geroddel en, excusez le mot, kutpraatjes. Bovendien kan je er met een gerust hart om een Hitlerjugend-, of refo-schnitt vragen zonder dat de heren kappers je vol ongeloof en met domme kop staan aan te gapen. Hier weten kappers zelf ook heus wel wat goed is.

De nachtburgemeester in hoogsteigen persoon heb er ook nog een en ander over te zeggen:

Spreek je daar!