various works from Gyz La Riviere on Vimeo.
March 10, 2011 at 6:17 pm

Magazijn van de Passie
(Magazijn van het Geluk #27)
donderdag 24 maart 2011
18:00 ~ 20:00
Rotterdamse Schouwburg
gratis entree (wees op tijd a.u.b.)
met eten (Schouw Burger): € 11,90
Guests:
Carla van der Marel (Bezoekers Arena Front)
Elseline Hokke (We Own Rotterdam)
Jetti Steffers (Maatschappij voor Volksgeluk)
Daniel van den Broeke (Bond voor Wilde Dansers)
Jan Zoet (Directeur Rotterdamse Schouwburg)
Hajo Doorn (Chef de mission van WORM)
LIVE:
Me Like You
Gyz La Rivière is deze avond gastcurator tijdens het Ro Festival.
Presentatie van de talkshow is in handen van Jack Wouterse en Liet Lenshoek.
Ter gelegenheid van deze avond zal ook nog het aanjaag essay Treurniet (door Gyz La Rivière geschreven op uitnodiging van TENT) ten doop worden gehouden.
Na afloop van Magazijn van de Passie kun je doorrollen in onschuld, aangezien de voorstelling Onschuld van het Ro Theater om 20:15 begint.
February 28, 2011 at 1:37 pm
Some time ago Willem Voorn interviewed both myself and the GZA for an online platform called 2010LAB(.tv).

Quoting from their site ‘2010LAB.tv is the online laboratory of the European Capital of Culture – RUHR.2010. It is an interactive web tv, blog and audiocast network of national and international authors, bloggers, users, film makers, artists and partner institutions. On its three main channels art, economy and education 2010LAB.tv presents movers, minds, locations, creative quarters and conferences of the creative scene from throughout Europe. The knowledge and reports generated on 2010LAB.tv by the editorial staff and its community are focused on the connection between creative industries and social, economic and urban spin-offs which believe in a change through culture and creativity.’
Now that’s a mouthful. Of course we had our mouths full of words again and before mentioned mr. Voorn pulled them straight out and wrote them down leaving out only the most boring and uncomprehensable bits. Here you can read Gyz’ interview on his latest milestone ‘Rotterdam 2040’ and here’s my interview on (mostly) design and such… Enjoy!
January 6, 2011 at 6:31 pm

Over de valreep gesproken, gaat allen naar deze geweldige tentoonstelling over een soort wilde beeldtaal van een generatie die zich met name ergens tégen keerde. En wel tegen de truttigheid, om maar eens met hard gewerkte termen te smijten. Fantastisch werk van (met name) Lydia Schouten, Cor Craat, Hans Citroen, (de nog lang niet overleden) Henk Tas, Wink van Kempen, Henk Elenga, Rick Vermeulen, Rem Koolhaas (ja ja…) kortom al je academie-docenten en hun vriendjes. Wat een spielerei, wat een schijt, wat een geestdrift, werklust, innovatiedrang. Heerlijk om te zien, je ken de cocaïne bijna ruiken. (Gyz zei nog ‘Lekker Wall Street allemaal dit’, en zo zit het. Maar, eerlijk is eerlijk, er is wel een héél duidelijke gemeenschappelijkheid in het werk te herkennen in die rare kunst / dat rare design / die fantastische fotografie van de periode ‘Ronflonflon met Jacques Plafond’. Maar goed, als dat alles is… Dat hadden de kubisten ook, en de realisten, de surrealisten, de Blaue Reitern, iedereen eigenlijk… Behalve ‘zij die nu dingen doen’. Toch? In elk geval, ga er dus heen. Je hebt nog precies 3 dagen. Hup!
October 27, 2010 at 3:34 pm

This saturday, the art-route through Schiedam will open. They invited me to make an artwork at the Verkade jewelry store. I came up with this new neon-work. On the other side of the street there is a fast-food store called Coby.
Isn’t that lovely…
October 26, 2010 at 1:34 pm

Zaterdag start er een nieuwe kunstroute in Schiedam, waar een nieuw neonwerk te zien is van mijn hand. Loop langs de Verkade juwelier, mits u in de buurt bent.
September 7, 2010 at 12:31 pm
Zoals zoveel kids geboren ergens halverwege de jaren ’70, ben ook ik in het bezit van zowel Henry Chalfant/James Prigoff’s Spraycan Art als Martha Cooper’s Subway Art. Boeken die ergens halverwege de jaren ’90 in geen enkele bibliotheek te krijgen waren, maar die volgens de computers van diezelfde bibliotheken ‘echt op de plank hoorden te staan, dus ik snap er ook niets van…’. Mijn liefde voor het hele gedoe begon ergens rond 1985 toen ik Delta en Shoe eens een legale zag maken in een zeefdrukkerij van een vriend van mijn vader. Ik geloof dat ik tot die tijd nooit ergens langer dan twintig minuten sprake- en ademloos naar had gestaard (behalve de leeuwen in diergaarde Blijdorp en de lichtjes die in mijn kamer leken rond te zweven als het ’s nachts pikkedonker was).
Later begon ik dat hele graffiti-gedoe natuurlijk kinderachtig te vinden, of althans… heel vaak wel. Via via leerde ik behalve de esthetiek (die ik via Damn, Ces, Trebl, Cosh, Dephazer, Sir, Cons en Rek al eerder had leren kennen) ook de onderhuidse zeggingskracht van tags en throw-ups meer waarderen. Je moest er volgens die benadering vooral iets voor durven of eigenlijk gewoon doen dan iets voor kunnen, maar zelfs dat werd na een tijdje ‘old’. Daarna kreeg ik nog een korte periode waarin Influenza (met zijn straatdiamanten en nutteloze one-liners) mijn mondhoeken deed opkrullen, maar zowel hij als mijn enthousiasme werden ingehaald door de tijd en ik was er klaar mee. Tot deze magische heer aan het firmament verscheen:

Vooral zijn ‘uncompromisingly’ grote tags maakten indruk. Je ziet het op deze foto misschien niet erg goed, maar dit ding komt minstens tot drie meter hoogte. Soka knalt die dingen gewoon uit supersoakers zo het schijnt (wat zijn naam ook zou verklaren) en brandblusapparaten die hij omgebouwd heeft tot uit de hand gelopen ‘bussen’ en spuit er tags mee (op net afgebouwde kantoorflats) van vijftien tot twintig vierkante meter groot. Je kan vinden van graffiti wat je wilt, maar dat is behoorlijk radicaal! Uiteraard vindt de rest van de kids hem een toy, want hij is véél te origineel en dat is in de graf scene eigenlijk not done.
In elk geval… zo komen er af en toe ineens dingen voorbij die ik nog wel gaaf vind, maar over het algemeen ben ik op dat hele spuitwerk wel uitgekeken. Maar als ik ’s ochtends op mijn studio’tje aankom en er een TIMER tag’je op de entree aantref, ben ik waarschijnlijk toch blijer dan de gemiddelde particulier. Daar kunnen de ‘donkere jongen’ tag en babylijk-sticker die op mijn rolluik prijken wat mij betreft allebei nog een behoorlijk puntje aan zuigen. Kijk naar het gemak en plezier waarmee deze gast een stift gebruikt.

Maar het aller, allerbeste zag ik een maandje geleden. Een boodschap van de één aan de ander. Als je het niet goed kan lezen, er staat ‘half 1 ga ik naar ooma’. Da’s toch lekker? Van ‘puntje puntje puntje was hier’ naar ‘ik ben hier nu nog wel, maar straks niet meer’ in twintig jaar. Zo langzaam gaan de ontwikkelingen soms. Maar beter laat dan nooit.
